Nunhem, dat zijn we met zijn allen

Kasteel Neyenghoor

Waar nu boerderij Ghoor ligt heeft een aantal eeuwen geleden een groot kasteel gestaan Neyenghoor genaamd. KASTEEL GHOOR 3

In   1212 is er  sprake  van een versterkt huis  Ghoor van de  heren van Ghoor de Horne te Haelen. Rond 1370 (?) liet Arnold I zoon van Daniel III een kasteel bouwen in het nabijgelegen Neer.

Om duidelijk te verschaffen en verwarring met het huis Ghoor in Haelen te voorkomen is men het kasteel in Haelen Aldenghoor gaan noemen en het nieuwe kasteel in het nabijgelegen Neer Nienghoor of Neyenghoor.

De geschiedenis van kasteel Ghoor of Nienghoor (nieuw Ghoor) gaat terug tot in de dertiende eeuw. De eerste afbeeldingen stammen uit 1573 en zijn gemaakt door ene Christian Sgroten. Een tekening van Jan Beijer en een kopergravure uit 1738 en 1744 geven ook een goed beeld van de omvang van het kasteel met bijgebouwen. Niet alle gebouwen zijn in dezelfde tijd gebouwd. Men leidt dit af uit de verschillende bouwstijlen.

In het laatste kwart van de vijftiende eeuw (14….) vererfde Ghoor en de heerlijkheden Pol en Panheel in de mannelijke lijn van het geslacht Van Ghoor en kwam het enige tijd in het bezit van de families De Rover en Van Cruningen.

In  de zestiende  eeuw ( 15……)  kwam het  in bezit van de fam.  Van FUNDAMENTEN GHOOR 3
Millendonck. Deze familie hield Ghoor in bezit tot ongeveer 1560.
Daarna werd Ghoor verkocht aan Hieromina Catharina van Spaur die weduwe was van   Henrik graaf van den Bergh. Rond 1700 verkochten de erfgenamen van Catharina het kasteel aan het geslacht Van Doerne.  Anna  Wilhelmina barones van Doerne en erfdochter van Asten, Ommel (mogelijk kwamen de zusters van Ommel daarom naar Nunhem ) en Ghoor trouwde met Gerard Assuerus  Louis  baron de Horion en daardoor kwam Ghoor in 1719 in het bezit van deze familie. Het  kasteel raakte,
mogelijk  door gebrek aan geld, door de jaren heen in verval en werd mogelijk kort na 1719 afgebroken.

De boerderij, een leengoed, werd in 1780 verkocht aan de baron van Merwijck tot Kessel. Daarna werd de familie Keverberg van kasteel Aldenghoor eigenaar.
Zijn erfgenaam was baron Hugo de Weichs von Reiberg. Hij verkocht de boerderij. Wat er nu nog staat zijn dus enkele van de bijgebouwen van het oude kasteel.

Bij Neyenghoor zijn door RAAB archeologische opgravingen uitgevoerd waarbij restanten van een volmolen ontdekt zijn. Een volmolen werd gebruikt om schapenwol te vollen, FUNDAMENT GHOOR 1min of meer te verdichten tot een vast materiaal of vilt. Dit ruwe materiaal ging naar Tilburg waar men er dekens en lakens van maakte nadat men het eerst bewerkt had met aarde, urine en zeep. Vanwege het gebruik van urine worden de Tilburgers nu nog steeds “kruikenzeikers” genoemd. Ze kregen voor elk kruikje “zeik” een bepaalde som geld van de fabriek. Vroeger werd de schapenwol met de handen en voeten vervilt een niet al te fris en ongezond werk.

Oude bewoners van het buurtschap Kinkhoven kunnen zich nog herinneren dat vlak bij de brug over de Haelense beek een schuur heeft gestaan. Het zou een  restant van de volmolen geweest kunnen zijn. Door verkleuringen in de grond en de vondst van een houten schoepenrad heeft met het een en ander kunnen reconstrueren.

In de prachtig gerestaureerde Hoeve Neyenghoor kunt u bij mooi weer op een gezellig terras in een beschutte omgeving iets drinken en een klein hapje nuttigen.

 

Bij het opstellen van deze tekst is gebruik gemaakt van:
–           Kastelen in Limburg, een uitgave van de stichting Limburgse Kastelen.
–           Edities van de periodiek “Rondom het Leudal” uitgegeven door de Studiegroep Leudal.
–           Molens in Limburg.