Op de plaats waar nu de Servaaskapel staat zou in vroeger jaren Servatius als bisschop van Tongeren het katholieke geloof verkondigd en mensen gedoopt hebben. Uit geschriften blijkt dat rond 1288 in deze streken al sprake was van een verering van Servaas. Waaruit die verering bestond en of ze toen daadwerkelijk in Nunhem plaatsvond is niet bekend. Bij de huidige kapel heeft Servaas, zo zegt de overlevering, met zijn staf een kruis in de geschreven waarna er vervolgens spon- taan water uit de grond kwam. Dat werd de Servaasbron. In stukken uit 1796 wordt gesproken over een kapel. Het kapelletje werd het “Sinte Servaes husken” of het Sint Servaashuisje genoemd.
Dit eenvoudige kapelletje was hoogstwaarschijnlijk opgetrokken in hout met een rieten dak. Tekeningen of foto’s van dat gebouwtje zijn tot nu toe niet gevonden.
Een kapelletje van latere datum opgetrokken uit steen met een rieten dak of een dak van houten plankjes die als leien over elkaar liggen zien we op de foto hiernaast. Er werden ’s zondags in de namiddag godsdienstoefeningen georganiseerd waarbij ook gepreekt werd. Om een dennenboom had men een hekwerk van boomstammen gemaakt en daar stond de priester dan tijdens de preek. Op de afbeelding is deze preekstoel te zien bij de dikke boom links naast de kapel. Op het terrein vóór de kapel en preekstoel had zich dan een groot aantal gelovigen verzameld om naar de preek luisterden. Na de dienst werd water uit de put gehaald en mee naar huis nam omdat aan dat water geneeskundige kracht werd toegekend.
In 1835 schreef pastoor Petrus van de Laak:
“De kapel van Sint Servatius is gelegen op enen afstand van tien minuten van de kerk van Nunhem.
Deze kapel is geplaatst op ene berg waar nevens enen put ligt, schijnt sedert onheugelijke jaren door godvruchtige lieden daargesteld te zijn en is bijzonder toegewijd aan de heilige Servatius, bisschop van Tongeren.
Ook wordt dezelfde bijna dagelijks door een menigte volks verzocht, welke alsdaar hunnen toevlucht tot de heilige nemen om door zijn voorspraak van de koorts te worden en genezen”.
De kapel uit 1796 raakte zodanig in verval dat in 1891 werd besloten deze af te breken en een nieuwe van steen te bouwen. De nieuwe kapel werd ontworpen, gebouwd en gedeeltelijk betaald door J. van Groenendael uit Amsterdam die nauwe banden had met Nunhem. De welgestelde Nunhemmer Joachim Franssen, de bouwer van de St. Jobkapel, heeft meebetaald aan de bouw van de Servaaskapel.
Op 16 mei 1892 kwam deken Corsten van Roermond naar Nunhem om de nieuwe kapel plechtig in te wijden. In een lange processie trok men vanaf de kerk naar de nieuwe kapel alwaar de inzegening onder grote belangstelling van de Nunhemmers en anderen plaatsvond.
In 1917 werd tijdens het pastoraat van Alphons Meyer de kapel vergroot. Naast de toegangsdeur is een steen ingemetseld met de tekst van een gedicht.
In de kapel staan een altaar, banken en er is zelfs een orgeltje dat nu in zeer slechte staat verkeert.
Op het tabernakel (rijk versierd kastje waarin gewijde hosties worden bewaard ) op het altaar staat een beeld van Sint Servaas, gekleed als bisschop die een knielende man het doopsel toedient. Dit beeld werd in 1919 door het kerkbestuur aan pastoor Meyer aangeboden ter gelegenheid van zijn zilveren priesterfeest. Het beeld is vervaardigd door beeldhouwer J. Geelen uit Roermond.
De Servaasput die vroeger los van de kapel stond werd opgenomen in de bouw. Boven de put bevindt zich een beeldhouwwerk waarop een heilige, waarschijnlijk is hier St. Servaas bedoeld, die een knielende man met gevouwen handen en zwaard doopt.
St. Servaas wordt afgebeeld met een sleutel omdat hij die van Petrus gekregen zou hebben. De draak aan de voeten verwijst naar het Arianisme, een bepaalde dwaling in de R.K., kerk, die Servatius bestreed. Een tweede figuur met lans en zwaard kijkt toe. Twee engelenkopje versieren het geheel. Onder het beeldhouwwerk is te lezen:
“HIER DOOPTE SERVAAS UWE EERSTE CHRISTEN VOOROUDERS”
Het water uit de put zou heilzaam werken bij koortsen en keelaandoeningen. Velen hebben in het verleden hier het heilzame water gehaald. De Servaasput genoot zelfs landelijke bekendheid.
In een krantenartikel uit de Nieuwe Rotterdamse Courant van 28 februari 1920 lezen we onder:
Kerknieuws
In den laatsten tijd, en de Spaansche ziekte weer overal woedt, gaan Roomsch-Katholieken een bedevaart ondernemen naar Nunhem, een klein plaatsje bij Roermond om in de kerk, welke aan de heilige St. Servaas is toegewijd, te bidden ten einde gevrijwaard te blijven voor deze ziekte. De St. Servaaskerk te Nunhem nl. is bekend als bedevaartplaats en de Heilige St. Servaas wordt in het bijzonder als beschermheilige tegen koorts beschouwd.
Pastoor Alphons Meijers was voor dat hij in Nunhem aangesteld werd pastoor in Maastrichtse Servaaskerk en daar in het bijzonder belast met alles rond de verering van St. Servaas aldaar. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij gedurende zijn pastoraat dat duurde van 1915 tot 1924 veel tijd besteed heeft aan de verering van St. Servaas in Nunhem. Zo heeft hij in 1917 op de berg naast de kapel waar nu de open kapel staat een Calvarie beeldengroep opgericht.
In de regionale kranten o.a. de Koerier werd daar uitvoerig aandacht besteed.
De opvolger van pastoor Alphons Meijers was pastoor Johannes Carolus Hoomans. Hij was pastoor in Nunhem van 1924 tot 1939. Onder zijn pastoraat is op de plaats waar de Calvarieberg beeldengroep stond een openlucht kapel uit rode baksteen gebouwd. In deze kapel zou de beeldengroep weer een plaats krijgen maar tijdens het verplaatsen werd de corpus ernstig beschadigd. De schade kon niet meer hersteld worden. Het beschadigde beeld werd vervangen door een houten corpus die in het atelier van Cuypers in Roermond werd vervaardigd. De andere twee beelden uit steen, dat van Maria en van Johannes de Doper werden niet beschadigd.
In de 60-ger jaren raakte de Servaaskapel in verval door allerlei vernielingen. Uit veiligheidsoverwegingen heeft men toen het beeld van Servatius naar de parochiekerk gebracht. Tijdens het pastoraat van Frans Neuss werd het herstel grootscheeps aangepakt. Een comité zamelde gelden in en in 1971 begon het herstel. De restauratie werd op 13 mei 1972 afgrond en tijdens de processie zegende de toenmalige bisschop van Roermond, dr. J. Gijsen de kapel in. Ter gelegenheid van de afronding van de werkzaamheden werd bij de opgang naar de kapel een beeld van Servatius geplaatst. Het beeld is vervaardigd door de Nunhemse kunstenares Truus Naus-Bertjens
De Servaaskapel is tweemaal getroffen door natuurgeweld. Op 13 juni 1992 vond in Midden Limburg een hevige aardbeving plaats die een schade veroorzaakte van 400.000,= gulden. Het grootste deel van het schadebedrag werd betaald door een verzekering maar de parochianen moesten zelf ook nog een flink bedrag opbrengen.
Op 4 juli 1994 raasde er een windhoos over Midden Limburg die een groot aantal bomen ontwortelde. De kapel werd getroffen door verschillende bomen en zorgde ook nu weer voor veel schade. Dit keer bedroeg de schade ruim 193.000,= gulden. Ook hier betaalde de verzekering de meeste schade maar moesten de parochianen nog 30.000,= gulden bijpassen. Met allerlei acties werd dit bedrag opgehaald en op 7 december 1994 vierde men voor de vierde maal in de 20ste eeuw een restauratie.

Geef een reactie